inschrijven‎ > ‎

reducties

Om in aanmerking te komen voor het verminderde inschrijvingsgeld moet de leerling op de dag van de inschrijving aan minstens een van de volgende voorwaarden voldoen:

1. Uitkeringsgerechtigd volledig werkloos zijn of daarmee gelijkgesteld zijn; 

Attest: een van volgende bewijsstukken:
  • een attest uitgereikt door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) 
  • een attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) 
2. Verplicht ingeschreven zijn als werkzoekende op grond van de reglementering in verband met de arbeidsvoorziening en de werkloosheid; 

Attest: een van volgende bewijsstukken:
  • een attest uitgereikt door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) 
  • een attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) 

3. Een leefloon van het OCMW ontvangen of een uitkering die daarmee gelijkgesteld is;

Attest: 
Een attest afgeleverd door het OCMW 

4. Een inkomensgarantie voor ouderen of een rentebijslag ontvangen; 

Attest:
Een attest afgeleverd door de Rijksdienst voor Pensioenen.

5. Erkend zijn als persoon met een handicap en een tegemoetkoming van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid ontvangen;

Attest: een van volgende bewijsstukken:
  • een attest dat het recht aantoont op een tegemoetkoming aan personen met een handicap dat is uitgereikt door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid; 
  • een rekeninguittreksel waaruit een tegemoetkoming aan personen met een handicap blijkt van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid; 
  • een European Disability Card conform het protocolakkoord van 10 oktober 2016 over het project European Disability Card tussen de Federale Regering, de Vlaamse Regering, de Waalse Regering, de Franse Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Regering. 

6. Voor ten minste 66% arbeidsongeschikt zijn;

Attest: een van volgende bewijsstukken:
  • een attest van de ziekteverzekering als dat document een geldigheidsperiode vermeldt en een graad van arbeidsongeschiktheid of mindervaliditeit van ten minste 66%; 
  • een attest van de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering conform artikel 100 §1 van de wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen; 
  • een attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, met vermelding van “ vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen” 

7. Begunstigde zijn van een verhoogde kinderbijslag (erkend voor ten minste 66%);

Attest: een van volgende bewijsstukken:
  • een attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, dat het recht op een toeslag voor het kind aantoont; 
  • een attest van een kinderbijslagfonds of van het Federaal agentschap voor de kinderbijslag als het attest uitdrukkelijk vermeldt dat er een verhoogde kinderbijslag toegekend wordt wegens een handicap van ten minste 66%. 

8. In een gezinsvervangend tehuis of in een medisch-pedagogische instelling of in een pleeggezin verblijven;

Attest:
Een verklaring van de directie van de instelling waar de leerling verblijft.

9. Het statuut van erkend politiek vluchteling bezitten; 

Attest: een van volgende bewijsstukken:
  • een attest uitgereikt door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen; 
  • een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister in de gemeente waar de leerling verblijft; 
  • een identiteitsbewijs voor vreemdelingen. 

10. Begunstigde zijn van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

Attest: een van volgende bewijsstukken:
  • een attest van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming door het ziekenfonds dat is uitgereikt door de overheidsinstantie die de uitkering betaalt 
  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam, uitgereikt door de gemeente waar de leerling woont (de gemeente moet de criteria ‘leefloon’, ‘inkomensgarantie ouderen of rentebijslag’, ‘verhoogde kinderbijslag’ of ‘verhoogde verzekeringstegemoetkoming’ hanteren om het kansenstatuut toe te kennen) 

11. Een leerling die ten laste is van een persoon die aan minstens een van bovenstaande voorwaarden voldoet, komt eveneens in aanmerking voor het verminderde inschrijvingsgeld

Attest:
Attest gezinssamenstelling

12. Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie, betaalt het verminderde inschrijvingsgeld voor jongeren
  • als op de dag van de inschrijving een ander lid van de leefeenheid waartoe hij behoort het inschrijvingsgeld al heeft betaald in dezelfde of een andere academie; 
    • Attest: geldig identiteitsbewijs en attest gezinssamenstelling 
  • voor iedere extra inschrijving in een ander domein aan dezelfde of een andere academie. 
    • Attest: geldig identiteitsbewijs en attest inschrijving andere academie en/of attest gezinssamenstelling 
13. Een leerling, ouder dan 18 jaar en die de leeftijd van 25 jaar niet heeft bereikt, betaalt het reductietarief voor volwassenen.

Attest:
Geldig identitetisbewijs

Indien een leerling op de dag van inschrijving niet aan minstens een van de voorwaarden voor vermindering voldoet, maar wel in de maand september, komt hij eveneens in aanmerking voor vermindering.

De attesten kunnen zowel in schriftelijke als elektronische vorm voorgelegd worden.

OPGELET: om te kunnen genieten van de reducties moeten de attesten tijdig in ons bezit zijn (ten laatste 30 september)